VRAGEN EN ANTWOORDEN IN HET LICHT VAN DE THEOSOFIE

 

In deze rubriek treft u de volgende onderwerpen aan:


1. Kunnen mensen in dieren en dieren in mensen incarneren?


2. Het Palestijns/Israëlische conflict en Over het doen van je plicht


3. Wat wordt er verstaan onder Universele Broederschap?

 

Vragen en antwoorden in het licht van de Theosofie - 1

 

Kunnen mensen in dieren en dieren in mensen incarneren?



Vraag: Vaak zeggen mensen die in reïncarnatie geloven dat je in een volgend leven zou kunnen terugkeren als een dier. Wat zegt de Theosofie hierover?


Antwoord: Terugkeren als een dier is niet mogelijk. De Theosofie zegt: eenmaal mens, altijd mens. Uitgaande van de evolutieleer zoals de Theosofie deze uiteenzet, is aan het bereiken van het menselijk stadium een ontzaglijke lange periode van evolutie door allerlei bestaansvormen vooraf gegaan. Het voorlaatste stadium was het dierenrijk, echter op een andere planeet(keten) dan de huidige (onze aarde), namelijk de maan(keten). Vanaf het moment dat de levensgolf van Monaden, voorbestemd om mens te worden, instroomde in de ontwikkelingsspiraal van de zich manifesterende (huidige) planeetketen, was terug naar specifiek het dierenrijk een onmogelijkheid geworden.1 Dit geldt evenzo voor het dierenrijk ten opzichte van het plantenrijk en het plantenrijk ten opzichte van het mineralenrijk. Er is geen teruggang in de evolutie van zich ontwikkelende wezens. Hoogstens vertraging, maar geen stilstand of teruggang. De Natuurwetten stuwen door middel van allerlei kosmische krachten het leven altijd 'vooruit', en nooit achteruit. Op grond van het bovenstaande is voor mensen reïncarnatie in het dierenrijk niet mogelijk.


Vr.: Toch zijn er mensen, die een hindoeïstische achtergrond hebben, die er stellig in geloven.


Antw.: Geloven in reïncarnatie is een aanname zonder een filosofie die dit ondersteunt. Dat  is heel iets anders dan overtuigd raken van reïncarnatie op basis van kennis van en inzicht in de theosofische structuur aangaande de Wet van Wederbelichaming en de Wet van Oorzaak en Gevolg. Als die weg wordt gevolgd, kan er nog nauwelijks ruimte zijn voor misverstanden op dat punt. Een van de misverstanden bij sommige hindoes aangaande het terugkeren in het volgend leven als een dier ontstaat door een verkeerde interpretatie van wat de Theosofie de overgang en transmigratie van de levensatomen noemt. Kort gezegd gaat het om het volgende: bij de dood valt de mens als een samengesteld wezen uiteen en gaan alle 'onderdelen' terug naar hun respectievelijke gebied waar zij krachtens hun aard thuishoren. Zo ook de levensatomen waaruit o.a. het stoffelijk lichaam is samengesteld. Deze kunnen echter, door middel van de dierlijke indruk die zij door het denken van een mens tijdens zijn incarnatie hebben meegekregen, tijdelijk worden ondergebracht in het dierenrijk, om daar tussen twee incarnaties in te 're-vitaliseren', om vervolgens wederom te dienen als basiselementen bij het vormen van een nieuw stoffelijk lichaam tijdens het proces van de volgende incarnatie. Deze levensatomen 'liften' dan na de dood als het ware een tijdje mee in het dierenrijk. Zelfs tijdens het leven vindt dit proces plaats. Hierin schuilt het misverstand bij sommige hindoes en veel Westerlingen die deze verkeerd begrepen leer klakkeloos uit sommige hindoestromingen in zijn verwrongen vorm hebben overgenomen.2


Vr.: En andersom, kunnen dieren in mensen incarneren?


Antw.: Nee, dit is niet mogelijk, omdat er geen fase in de evolutie kan worden overgeslagen. Het verschil tussen de meest ontwikkelde dieren (denk hierbij aan chimpansees, honden, katten, dolfijnen, olifanten en paarden, maar ook nog een aantal andere dieren) en de huidige mens is evolutionair gezien dermate groot, dat er een enorm hiaat is. Alle diersoorten zullen deze Manvantara verder moeten evolueren om vervolgens pas in de volgende Manvantara tot het mensenrijk te kunnen opklimmen. Er is echter één uitzondering, en dat zijn de mensapen. Zij zullen nog in deze Manvantara langzaam overgaan tot het mensenrijk, omdat zij in feite mensenzielen zijn, gevangen in een dierenlichaam. Zij zijn echter de enige uitzondering.3

_______

1) Zie Arjuna jaargang 1, nr. 3, artikel De mens in zijn eigen geschiedenis (deel I) en nr. 4 (deel II).

2) Zie Bron van het Occultisme door G. de Purucker (Index: Levensatomen) - TUPA - Den Haag (1990)

3) Zie Mens en Evolutie door G. de Purucker - TUPA - Den Haag (1982).

 

Vragen en antwoorden in het licht van de Theosofie - 2

 

Het Palestijns/Israëlische conflict en Over het doen van je plicht



Vraag: Kunt u op basis van de Theosofie zeggen hoe er tegen het conflict tussen Israëliërs en Palestijnen kan of moet worden aangekeken en wat een mogelijke oplossing is in deze kwestie?

Antwoord: Voor de duidelijkheid: niets moet op basis van de leringen van de Theosofie, alles is een perspectief, want de Theosofie kent geen dogma’s. Wellicht moeten wij niet zozeer tegen het Israëlisch-Palestijnse probleem aankijken als een conflict, hoe ernstig ook, maar eerder als een proces van excessen van de zelfzuchtige, kleinmenselijke en bewustzijnsvernauwende persoonlijke natuur van de mens in beide kampen. Men heeft geen visie. Men is tot elkaar veroordeeld op basis van kortzichtigheid, dogmatisch-religieuze claims op land en rechten alsmede tal van frustraties, angsten en wederzijds wantrouwen, ook tussen de Palestijnen onderling. De stem van de meer verlichte denkers en welwillenden in beide kampen is al te vaak door het oorlogsgeweld in de kiem gesmoord. De Israëliërs zijn niet beter dan de Palestijnen of andersom. Dat er op korte termijn een duurzame oplossing voor het conflict wordt gevonden, is niet erg waarschijnlijk, met alle respect en hoop voor de inspanningen van president Barack Obama. Karma slaat daar hard toe. Maar juist dat zou een aanwijzing moeten zijn dat voorlopig de enige weg uit deze heilloze strijd en patstelling de weg van de dialoog is, ook voor de ‘haviken’ in beide kampen. Dit conflict kan niet door een oorlog worden beslecht. Karmisch gezien is het zeer ingewikkeld, omdat er vele fanatieke en verschillende religieuze partijen bij betrokken zijn, die hun wortels in een ver verleden hebben. Zij zijn nog het moeilijkst te overtuigen van de weg van de dialoog, omdat door hun opvattingen hun oren doof en hun ogen blind zijn voor een realistische, pragmatische en politieke oplossing. Zelfs de Israëlische vredesbeweging, bestaande uit Israëliërs en Israëlische arabieren, is geslonken tot een minderheidsgroepering. Laten wij hopen dat de krachten van verdraagzaamheid, welwillendheid en waarlijk innerlijke vrede spoedig de overhand zullen krijgen in dit door geweld verscheurde gebied.

Vr.: Met alle respect voor uw uiteenzetting, maar klinkt u niet als een roepende in de woestijn? Met uw visie zijn mensen naar mijn mening niet te overtuigen.

Antw.: Ten eerste het volgende: wij als theosofen willen niemand overtuigen. Dat kunnen wij niet en dat willen wij niet. Mensen moeten zichzelf overtuigen. Wat de feiten betreft: alle andere opties voor vrede in het Midden Oosten zijn ‘doekjes voor het bloeden’ gebleken. Maar nogmaals, het gaat in feite niet om de Israëliërs en de Palestijnen, maar om de menselijke natuur en onwetendheid, en die is hier in West Europa of elders niet veel anders dan in het Midden Oosten. Willen wij effectief het probleem aanpakken zoals het daar bestaat, dan zullen wij het hele conflict in een veel breder en tevens historisch perspectief moeten bekijken.Wij hebben de vaste overtuiging dat er voor de langere termijn geen andere optie is om tot een werkelijk inzicht in en oplossing van het conflict daar - maar ook elders in de wereld waar vergelijkbare conflicten bestaan - te komen dan door inzicht op basis van kennis van de Wetten van de Natuur, de oorsprong van het Leven en de fundamentele geestelijke oorsprong van alle mensen. Tot die dag zal het conflict daar en elders nooit echt fundamenteel kunnen worden opgelost. Als u dit geluid als een roepende in de woestijn ziet, dan hebben wij geduld tot de dag dat die (innerlijke) stem zal worden gehoord. Wij beseffen dat dergelijke ideeën niet van de een op de andere dag zullen worden geaccepteerd en begrepen, en daarom hopen wij ten eerste op het herstel van de dialoog tussen de Israëliërs en de Palestijnen en dat de wapens niet meer zullen spreken Maar op den duur zal een dialoog, waarbij de wederzijdse belangen wordt gewikt en gewogen, niet meer voldoende zijn. Men moet elkaar gaan begrijpen in de geestelijke betekenis van het woord.  

Vr.: In de Theosofie wordt nogal eens de nadruk gelegd op het begrip plicht. Wat wordt nu eigenlijk in theosofische zin onder plicht verstaan en waarom beschouwt de Theosofie ‘je plicht doen’ als zo belangrijk?

Antw.: Botweg ‘je plicht doen’ zegt op zich niets. Men dient eerst te beseffen wat plicht in theosofische zin inhoudt om op grond daarvan in te leren zien waarom het doen van ‘je plicht’ belangrijk is. Wij komen in een nieuwe incarnatie met mogelijkheden en beperkingen in de brede betekenis van het woord. Als wij op een leeftijd zijn gekomen waarop wij kunnen onderscheiden, kiezen en eigen verantwoordelijkheid kunnen gaan dragen, bevinden wij ons op dat moment in een situatie, waarin wij een aantal plichten hebben te vervullen, van welke aard dan ook. Iedereen heeft bepaalde plichten. Maar de duurzame opdracht van een theosoof is om in het licht van zijn theosofische levensovertuiging zijn plicht als theosoof te vervullen, namelijk een theosofisch leven te leiden, en binnen dat geheel zijn plichten die de dagelijkse omstandigheden hem of haar opleggen daarmee in overeenstemming te brengen. Om het in oosterse termen te zeggen: het is je karma dat je in bepaalde omstandigheden terecht komt, en het is je dharma om in die omstandigheden te doen wat gedaan moet worden, zonder te mokken of tegenzin te hebben, maar met overtuiging en liefde, omdat alles gedaan moet worden wat de ordening der natuur ons toebedeelt, veroorzaakt door ons eigen karma. Dit dienen wij te volbrengen zonder aan de gevolgen te hechten, om te voorkomen dat dit weer een karma veroorzaakt waardoor wij opnieuw in een proces terechtkomen om te leren los te komen van een hekel hebben aan en het met tegenzin verrichten van dat wat gedaan moet worden. Maar ook om los te komen van die dingen die wij zo ‘leuk’ vinden om te doen, hoe vreemd dit ook mag klinken. Dat wij iets leuk of niet leuk vinden om te doen is een bijkomstige zaak. De hoofdzaak is dat iets gedaan moet worden vanwege het feit dat het ons karma en ons dharma is en dat wij met een karma-yogahouding de dingen moeten verrichten die gedaan moeten worden. Van daaruit wordt dan alles met levensplezier gedaan en met de vreugde dat men meewerkt met de Wetten van de Natuur. Leuk of niet leuk zijn dan geen relevante gevoelens meer, maar worden getransformeerd tot een hogere gelukservaring het leven te leven zoals het zich aan ons voordoet, geworteld in een theosofische levensovertuiging. Dan vervallen de dagelijkse ‘plichten’, en worden zij samengebracht tot één Plicht, de grote Plicht. De Plicht wordt dan geleefd als een totaalervaring, waarin voorkeur voor of afkeer van de ‘kleine dagelijkse plichten’ geen plaats meer heeft. De ware theosoof is in dat opzicht een karma-yogi: hij vervult zijn Plicht met vreugde omdat de aard van de Plicht vreugde is, en alles wat hij doet wordt door die houding verlicht, omdat hij zijn karma en dharma begrijpt.      

Vr.: Dit klinkt mij eerder in de oren als iemand die juist van de dagelijkse dingen afstaat. Want hoe ga je dan met je kinderen om en met je vrouw of man of anderzijds je partner als je je ‘Plicht’ wilt doen?

Antw.: Een groot misverstand is vaak dat het beeld van het leiden van een theosofisch leven geassocieerd wordt met de gedachte dat men dan een ‘heilige’ dient te zijn. Niets is minder waar. Mijn antwoord op uw vorige vraag geldt juist voor al die mannen en vrouwen die midden in het leven staan, getrouwd of niet getrouwd, met of zonder kinderen, om in alle situaties van het ‘gewone’ leven tot de reeds beschreven levenshouding te komen. Het is juist van belang dat dit in de alledaagse levensomstandigheden gebeurt, omdat die het perfecte ‘materiaal’ vormen om jezelf te testen. Niet door er met zoveel woorden met iedereen over te praten, maar juist door het te doen. Mensen worden eerder beïnvloed en raken eerder overtuigd door een levend voorbeeld dan door woorden. Ook kinderen zijn hier gevoelig voor. Van een dergelijke houding moet ook geen druk uitgaan naar anderen of een vorm van ‘bedreiging’, maar levensvreugde, een opgeruimd karakter etc. etc.. Natuurlijk is het niet gemakkelijk als je in de overtuiging van het begrip Plicht groeit en je hebt bijvoorbeeld een partner die dit niet begrijpt. Maar ook dat is dan onderdeel van een vernieuwings- en bewustwordingsproces. Ieder individueel karma is verschillend. Hier zal een ieder op zijn of haar eigen wijze mee om moeten gaan. Als het motief zuiver en onpersoonlijk is, lost alles altijd vanzelf op, en weet men op moeilijke momenten wat men moet doen. Nogmaals, een theosoof die niet heeft besloten in dit leven een praktisch occultist te worden - een weg die inderdaad alleen moet worden afgelegd - kan zich geen betere situatie wensen dan zijn eigen dagelijkse levensomstandigheden om zijn Plicht te beoefenen, met alles erop en eraan, inclusief (eventueel) vrouw/man en kinderen.
Ook in barre levensomstandigheden geeft de Theosofie inzicht. Wij kunnen niet wegvluchten van dat wat op ons levenspad komt. Wij zullen er doorheen moeten. Maar met een goed begrip van de Wet van Oorzaak en Gevolg, de Wet van Wederbelichaming en het begrip Plicht in theosofische zin, zijn alle problemen op den duur oplosbaar en komt zelfs aan de meest ellendige omstandigheden ooit een eind. Maar de eerste stap moet worden gezet door eigen inspanning. Dan blijft hulp op diverse terreinen niet lang uit.

 

Vragen en antwoorden in het licht van de Theosofie - 3

 

Wat wordt er verstaan onder Universele Broederschap?



Vraag: Kunt u mij zeggen wat u onder universele broederschap verstaat? Het klinkt zo religieus, zo monnikachtig, als iets van een kloosterorde. En wat heeft het te maken met de verdeelde wereld waarin wij leven, waar voor broederschap op geen enkele wijze plaats schijnt te zijn?

Antwoord: Universele Broederschap is geen sentimenteel streven van een aantal theosofen om gezamenlijk een afgezonderd, 'monnikachtig' clubje te vormen van gelijkgestemden, maar het is het streven om gezamenlijk, als theosofen, uitdrukking te geven aan de broederschapsgedachte in het denken en handelen in de volheid van het openbare leven en de overtuiging, dat Universele Broederschap een feit is in de Natuur, gebaseerd op de Goddelijke Eenheid van het Bestaande. Wat wij proberen te doen is daar met ons volle bewustzijn uitdrukking aan te geven, door een kern van deze levende Broederschap met elkaar vorm te geven. Met de doeleinden van De LotusCirkel voor ogen proberen wij ons in dat proces te trainen, en dit uit te dragen naar anderen en iedere andere vorm van leven.

Wat betreft de verdeeldheid in de wereld en het onbroederlijk handelen van individuen en groeperingen, daarop zeggen wij: ja, dit is een feit. Daarom motiveert het ons des te meer om de gedachte van Universele Broederschap aller wezens om ons heen te verspreiden, want alleen dán kan er een ware broederschap tussen mensen met begrip voor elkaars tekortkomingen ontstaan. Zodra men gaat inzien dat alles een geestelijke oorsprong heeft en dat iedereen met alles is verbonden; en zodra men zich gaat verdiepen in de leringen van bijvoorbeeld reïncarnatie en karma (zoals de Theosofie deze uiteenzet), in samenhang met alles wat bestaat en derhalve de oorzaak van situaties die om ons heen plaatsvinden gaat beseffen, zal er een ommekeer komen in het handelen en denken van veel mensen.

Vr.: Vanwaar dit optimisme? Er zijn al zoveel groeperingen geweest die hebben getracht om de broederschapsgedachte toe te passen, en de wereld is er geen spat op vooruit gegaan.

Antw.: Niemand kan weten of de wereld er wel of niet op vooruit is gegaan ten opzichte van een eerdere periode en of het toepassen van de gedachte van broederschap door individuen en groeperingen daarop van invloed is geweest. Wat wij waarnemen is de wereld van de gevolgen, maar de oorzaken zijn ons onbekend. Wel kunnen wij van de gevolgen afleiden dat het niet goed gaat met bepaalde zaken. Wij moeten meer leren kijken naar de innerlijke zijde van gebeurtenissen. Waarom vinden situaties plaats en waarom zijn mensen zoals ze zijn in hun denken en handelen? Het is vaak zo dat de broederschapsgedachte bij sommige groeperingen en individuen een sektarisch, afgesloten karakter heeft. Zoiets als: wanneer je bij ons bent aangesloten, hoor je erbij. Zo niet, dan val je erbuiten. Dit tref je vooral aan bij sommige religieuze bewegingen. Onze broederschap tegenover hun broederschap. Maar dat is niet de broederschap die de theosofen bedoelen. Wij zeggen dat de gehele mensheid een broederschap is, ongeacht ras, afkomst, geloof, geslacht, persoonlijke omstandigheden of politieke overtuiging. Het toepassen van broederschap mag niet afhangen van een van deze zaken, maar moet een natuurlijke uiting zijn vanuit ons innerlijk naar alles en iedereen onder alle omstandigheden, zonder voorbehoud. En in het slagen van het vorm geven aan die broederschap door eigen inspanning als de enige, werkelijke grondslag voor een duurzame wereldvrede, zijn wij grote optimisten.

Vr.: Maar veel mensen hebben zo'n akelig karakter en vertonen een dermate egoïstisch en zelfzuchtig gedrag, dat ik mij moeilijk kan voorstellen hoe je daar broederlijk mee om zou moeten gaan. En ook, hoe ga je bijvoorbeeld om met een crimineel of zelfs een moordenaar?

Antw.: Wij moeten in ons denken niet bij voorbaat al mensen gaan stigmatiseren en in klassen gaan indelen, want dan gaan wij aan de broederschapsgedachte voorbij. Natuurlijk is het zo dat wij een bepaald karakter van iemand of zijn gedrag niet prettig hoeven te vinden en dit zelfs kunnen afkeuren als dit wordt gekenmerkt door egoïsme en zelfzucht, maar dan moeten wij wel beseffen dat dit een afkeuring betreft van een samenstel van persoonlijke neigingen, die in de persoonlijkheidsstructuur verweven zitten, en die niets te maken hebben met wie deze mens in werkelijkheid is. Een dergelijk iemand leeft voornamelijk in het bewustzijn van zijn persoonlijkheid en kan geen onderscheid maken tussen wat hij werkelijk is en zijn persoonlijkheidsstructuur. Op grond echter van zijn Goddelijk-Geestelijke oorsprong is hij onze broeder, want zijn oorsprong is de onze. Vanuit die gedachte en overtuiging moeten wij onze medebroeders liefde- en begripsvol benaderen en trachten hen op een ander denkspoor te brengen. Daarbij moeten wij proberen hen te laten inzien dat hun gedrag grote consequenties heeft en dat zij in het licht van de leringen van reïncarnatie en karma zichzelf en anderen grote schade berokkenen, waarvoor zij telkens weer ter verantwoording zullen worden geroepen door de Natuur. Als het nodig is dat wij iemand binnen de maatschappij voor korte of langere tijd moeten isoleren, zoals iemand die zich schuldig maakt aan crimineel gedrag, die een moord heeft gepleegd of zich schuldig heeft gemaakt aan een ander zwaar delict, dan zullen wij dit moeten doen niet als straf, maar om anderen tegen hem te beschermen. Maar daarnaast moeten wij alles in het werk stellen om een dergelijk iemand zijn daden en gedrag te laten inzien, gebaseerd op kennis van zichzelf aan de hand van de Wetten van de Natuur, zodat hij kan groeien naar een nieuw bewustzijn. Een mens die 'in de fout' is gegaan is niet gebaat bij een 'straf' van onze kant - daar zorgt de Natuur zelf wel voor ("Mij is de wrake" staat in de Bijbel) - maar bij Kennis, liefde en mededogen.

Tevens is het zo dat wij op moeten passen met zaken zwart/wit te beoordelen. Wij weten niet waarom iemand soms tot de verschrikkelijkste daden komt. Zouden wij het in zijn of haar mentaal-psychische toestand en met dezelfde karmische last anders hebben gedaan? Wij weten het niet. Onze taak is daarom te geven waarmee wij iemand wezenlijk kunnen helpen en niet de moralist uit te hangen of voor 'Onze Lieve Heer' te spelen.  

Vr.: U had het zojuist over karma en reïncarnatie. Dit zijn tegenwoordig gangbare begrippen. Daar zult u als theosoof toch blij mee zijn neem ik aan?

Antw.: Ja en nee. Ja in de zin dat deze woorden of begrippen in het algemeen geen tegenstand meer ondervinden en velen de idee aanhangen dat zij weer zullen terugkeren in een volgend leven en geloven in 'wat je zaait, zul je oogsten'. Wij zijn er niet blij mee in de zin dat deze begrippen vaak nog meer vragen oproepen dan dat ze antwoorden geven op de vele levensraadsels. Dit heeft te maken met de uitleg die door sommigen aan deze leringen wordt gegeven, die vaak ver afstaat van de esoterische werkelijkheid. Overigens, geloven in karma en reïncarnatie is iets heel anders dan het begrijpen ervan. Door een juist begrip middels een gedegen kennisopbouw van deze leringen zoals de Oude Wijsheid deze uiteenzet, wordt men in staat gesteld ze praktisch toe te passen in het leven van alledag, worden vele 'levensraadsels' helder en begrijpelijk en kan men daar conclusies uit trekken. Alleen geloven in reïncarnatie en karma helpt een mens uiteindelijk geen stap verder. Hij moet het waarom van deze leringen leren begrijpen om ze vervolgens te kunnen integreren in een levensfilosofie die is gebaseerd op Kennis.     

De LotusCirkel
Bewustwording van de Eenheid van al het Bestaande