Onderstaand aritkel is gebaseerd op gedachten over seksualiteit in het licht van de Theosofie en wordt gepresenteerd als een discussiestuk. Derhalve is er geen sprake van een 'officieel' theosofisch standpunt.
Theosofie en seksualiteit
door Robert A. Pullen
Wellicht behoort het begrip 'seksualiteit' tot een van de minst besproken onderwerpen in kringen waar de Theosofie wordt bestudeerd. De reden hiervoor is waarschijnlijk tweeledig. Ten eerste werd er in de vorige eeuw toen de moderne theosofische weergave plaatsvond niet zo open over seksualiteit gesproken dan heden ten dage het geval is, en vindt men derhalve in de klassieke theosofische literatuur vrijwel geen concrete antwoorden op de moderne vragen rond seksualiteit. Ten tweede hebben veel mensen moeite om 'open en bloot' over het onderwerp te spreken en rust er nog steeds een zeker taboe op. Dat verhindert vaak een open gesprek over dit onderwerp in het licht van de Theosofie, omdat vragen erover in het openbaar of binnen de beslotenheid van een studiegroep niet snel worden gesteld. Veel mensen worstelen echter met zaken rond hun seksualiteit. Dit artikel heeft als doel om seksualiteit in het licht van de Theosofie gemakkelijker bespreekbaar te maken.
Het Victoriaanse tijdperk
Een starre en dogmatische christelijk-theologische ethiek en godsbeschouwing hebben de westerse mens lange tijd niet alleen vervreemd van zijn ware aard en alle krachten en eigenschappen die daaruit voortkomen, maar ook van zijn lichaam. Zoals het eerste was verpakt in lagen van dogmatisch geïnterpreteerde en verdraaide Evangeliën en oudtestamentische verhalen onder de dreiging van hel en verdoemenis, zo was het tweede als gevolg van het eerste verpakt in vele lagen van katoen, wol en zijde in wisselende combinaties van wit, grijs en zwart. Denken en lichaam waren gevangen in een kerker van een dermate enge bekrompenheid, dat het leren verkennen van beide haast onmogelijk was. In het geniep werd er wel 'gezondigd' tegen de kerkelijke moraal, maar dat waren alleen de 'ketters' en de 'zedelijk verdorvenen'. Godvrezende mensen waren mentaal en lichamelijk netjes 'ingepakt'. De opkomst van het materialisme in kunst en wetenschap en het zich afwenden van het geloof en de kerk, bracht een enorme revolutie in de creativiteit van allerlei uitingsvormen met zich mee. Velen gingen zelf bepalen wat zij leuk, prettig en gepast vonden en hadden geen behoefte meer aan christelijke opgestoken wijsvingers, geboden en verboden. Zo ging het ook met de opvattingen over seksualiteit. Velen gingen ontdekken dat de paringsdaad niet alleen een aangelegenheid was om voor nageslacht te zorgen, maar dat het ook een 'aangename bezigheid' kon zijn, waarbij de mogelijkheden tot een 'zalige beleving' legio bleken te zijn. Ook hier sloeg het materialisme toe. De 'scheppingsdaad' werd uit de 'goddelijke sfeer' gehaald, het lichaam werd 'ont-dekt' en opnieuw gekleed, ditmaal geraffineerd 'mooi', en de begeerte ontdekte de 'kunst van het vrijen' en werd daarmee een van de grootste drijfveren tussen man en vrouw om elkaar te ontmoeten.
De jaren 60: de 'seksuele revolutie'
Sinds de 'seksuele revolutie' in de jaren 60 in het Westen op gang kwam, heeft zij op ieder terrein van de seksualiteit 'dogma's' overboord gezet. "Alles moet kunnen" was het credo, en inderdaad, alles 'kan' tegenwoordig. Seksualiteit is maatschappelijk bespreekbaar geworden. Seks mag en wordt op allerlei manieren gestimuleerd. Seksualiteit wordt echter ook geprostitueerd en vercommercialiseerd. Maatschappelijk is er alleen op brede basis een afkeer van kinderporno en pedofilie.
Wat heeft de hele 'seksuele revolutie' het Westen nu gebracht? Is zij alleen maar ontaard in een beerput van slechts dierlijke driften en tomeloze wellustige begeerte, of zat en zit er ook een 'goede' kant aan deze ontwikkeling? Misschien kunnen we stellen dat de overgang van het preutse en dogmatische Victoriaanse tijdperk naar de huidige Westerse 'open en bloot' maatschappij toch een noodzakelijke ontwikkeling is geweest. Alleen in vrijheid kan een mens kiezen en kan hij verantwoordelijkheid op zich nemen. Nooit onder dwang. De seksuele revolutie heeft de (Westerse) mens tot op zekere hoogte 'vrij' gemaakt, maar zij is niet vrijblijvend. Seksuele vrijheid en beleving brengen verantwoordelijkheid met zich mee, maar dan moet men wel weten waaraan die verantwoordelijkheid gerelateerd dient te worden en wat seksualiteit in de meer spirituele betekenis van het woord omvat.
Zoals gezegd hebben veel mensen, ondanks de maatschappelijke openheid ten opzichte van seksualiteit, toch moeite om erover te praten. Ook in 'theosofische kringen' wordt het onderwerp niet vaak aangeroerd, alhoewel velen behoefte hebben om het in het licht van de Theosofie te bespreken.
De Theosofie: wel of geen seks?
"Eten en drinken en geslachtelijke omgang zijn alle natuurlijke noodzakelijkheden van het leven; toch veroorzaakt overdaad ziekte, ellende, mentaal en lichamelijk lijden...". Dit zijn woorden van Mahatma K.H., geschreven in 1882.1 In De Sleutel tot de Theosofie2 wordt de vraag gesteld: "...moet een mens trouwen of ongehuwd blijven?", waarop het antwoord luidt: "Dat hangt af wat voor persoon u bedoelt. Als u doelt op iemand die in de wereld wil leven, die, al is hij een goed, ernstig theosoof en enthousiast werker voor onze zaak, nog banden en verlangens heeft die hem aan de wereld binden, kortom die niet het gevoel heeft dat hij voor altijd heeft afgedaan met wat men het leven noemt en maar één ding en niet meer verlangt de waarheid te kennen en anderen te kunnen helpen dan zeg ik dat er voor zo iemand geen reden is waarom hij niet zou trouwen...[B]ehalve in enkele uitzonderlijke gevallen van praktisch occultisme, is het huwelijk het enige middel tegen immoraliteit". Aldus de Sleutel. In het kader echter van de moderne relatieverhoudingen kunnen wij naast het huwelijk ook de 'vaste relatie' tussen mensen plaatsen, samenwonend of niet. Onder 'gewone' omstandigheden blijkt uit bovenstaande aanhalingen uit de Sleutel, is er geen reden om binnen het kader van een huwelijk of vaste relatie seksualiteit overboord te zetten. Zolang er een oprechte liefde tussen partners is, is seksualiteit een normale behoefte en een bevestiging naar elkaar van innige verbondenheid. De situatie verandert echter als deze liefde voor elkaar langzaam wordt vervangen door seksuele wellust en men voor elkaar een 'lustobject' wordt, waarmee vaak ook de aandacht en tederheid voor elkaar verdwijnen. Een dergelijk broeinest van wellustige begeerten gaat dan niet zelden op zoek naar een nieuwe seksuele 'kick', vaak gepaard met allerlei vormen van geweld en vernederingen zoals masochisme. Een vraag zou misschien kunnen luiden: Wat is die seksuele kracht en drang toch in de mens en waarom zoekt de mens altijd de lichamelijke bevrediging van die kracht in actie in een neerwaartse spiraal? Wellicht zou het antwoord kunnen luiden: De mens is in essentie een goddelijk wezen, wat inhoudt dat hij potentieel alle krachten van de Kosmos in zich draagt, zij het onbewust en meestal niet ontwikkeld. Dat houdt tevens in dat de mens een scheppend vermogen heeft, het vermogen om zichzelf te vermenigvuldigen als een afsplitsing van zichzelf, om als zodanig omstandigheden te creëren voor een reïncarnerende ziel, die als een 'zelfstandige unit' hetzelfde proces kan voortzetten. Door een gecompliceerd proces van de involutie van de Geest in de stof en vervolgens weer van de evolutie van de Geest uit de stof in het transformatieproces van de mensheid, zijn wij momenteel in de evolutiefase dat wij zijn gesplitst in mannen en vrouwen, die elkaar als wederhelften aanvullen en alleen samen kunnen zorgen voor nageslacht. Het vermogen om 'zichzelf' te vermenigvuldigen is in feite een goddelijke creatiekracht, dat een Heilig Mysterie kan worden genoemd. Helaas zijn de meeste mensen zich niet bewust van dit Goddelijk Mysterie en de Kosmische Kracht die ermee gepaard gaat. De seksuele kracht is een enorm geconcentreerd potentieel aan kosmische wordings-kracht, die, indien deze wordt aangewend om een 'nieuw' menselijk wezen voort te brengen, een deel van het pranische levenspotentieel van zowel de man als de vrouw 'afroomt' die de 'paringsdaad' verrichten, en dit samen als het ware schenken aan het 'nieuwe' menselijke wezen dat door deze daad ontstaat. Het betekent in feite dat beiden een deel van zichzelf inleveren om het nieuwe leven mogelijk te maken. Tot zover is dit een heilig gebeuren, mits dit gebeurt in liefde voor elkaar en met het verlangen om het ideaal van 'Gods Wetten' in het kroost te laten voortbestaan en aan hen te onderwijzen. Zodra het pad van die vorm van het elkaar seksueel benaderen wordt verlaten, kan er - strikt genomen - worden gesproken van een degeneratieverschijnsel en wordt de seksuele daad tot een 'minnespel', dat er uiteindelijk op is gericht om met elkaar de ultieme ervaring te hebben van de seksuele lichamelijke bevrediging. Op een dergelijke wijze omgaan met seksualiteit is niet zelden de oorzaak van allerlei ziekten, niet als een 'straf' van een of andere god, maar vanwege het feit dat op het reservoir aan levensfluïdum door veelvuldig 'misbruik' een aanslag wordt gepleegd en de natuurlijke immuniteitseigenschap van de pranische levensenergie voor een groot deel teniet wordt gedaan, zodat er te weinig overblijft om een gezond en een langdurig leven te leiden, want ook de lengte van een mensenleven wordt er flink door bekort. Zo is het ook gesteld met veelvuldig en langdurig masturberen, waarvan tevens wetenschappelijk is aangetoond dat dit concentratie- en geheugenverlies met zich meebrengt. Of bijvoorbeeld ruzies binnen relaties, waaraan 'seksuele problemen' ten grondslag liggen en waaruit veel ellende voortkomt. Een of beide partijen komen niet aan hun 'seksuele trekken', waardoor allerlei frustraties ontstaan, die op zich weer de oorzaak vormen van vaak woede, agressie en/of verdriet. Tevens is het najagen van het bevredigen van allerlei seksuele begeerten de 'dood' voor spiritualiteit. Het licht van de geest kan niet doordringen tot een denkvermogen dat bol staat van wellustige gedachten. Zij vindt er geen voedingsbodem. Het willen bevredigen van allerlei seksuele begeerten blijkt dus nogal wat gevolgen te hebben op verschillende terreinen. In een zekere fase van de evolutie van de mensheid schijnt men hieraan niet te ontkomen, getuige de huidige toestand in de wereld op dit terrein. De seksuele begeerte staat met stip nummer één op de ranglijst van aardse begeerten. Indien men zich echter niet verdiept in de achtergronden van de seksuele energie als een goddelijke drijfkracht binnen het kader van de evolutie van de mensheid en de haar omringende Natuur, en in het bijzonder in het licht van de mystieke leer omtrent de zevenvoudige samenstelling van mens en Kosmos zoals de Oude Wijsheid deze onderwijst, zal het uitermate moeilijk worden om de moderne vragen rond seksualiteit op een afdoende en verantwoorde manier te beantwoorden.
Homo- en biseksualiteit
Een andere kwestie is de vraag: Wat is in feite homo- en biseksualiteit en hoe ontstaat het? Is het een 'ziekte' zoals sommigen beweren of een 'afwijking'? Het blijft een vraag waar de moderne medische wetenschap, de seksuologie en de psychologie geen afdoend antwoord op kunnen geven, hun vele hypothesen ten spijt. Aangaande homo- of biseksualiteit is één ding zeker: het heeft als 'oorzaak' niets met de samenstelling of grootte van de hersenen te maken, en kan en hoeft ook niet 'genezen' te worden, want het is geen ziekte of een afwijking. Het heeft eerder te maken met een stadium van evolutie! Wellicht is bijvoorbeeld iemand die homoseksueel is een uitdrukking van gecombineerde, elkaar overlappende evolutionaire processen op lichamelijk, psychisch en mentaal gebied, waarbij het lichamelijke aspect polair Yang is ten opzichte van een psychisch polaire Yin-natuur, of waarbij het lichamelijke aspect polair Yin is en de psychische natuur polair Yang. Dit geldt zowel voor mannelijke als vrouwelijke homoseksuelen. In deze kwestie zou een vraag kunnen luiden: "Hoe kan bijvoorbeeld een man die lichamelijk èn psychisch 'Yin' is of een vrouw die lichamelijk èn psychisch 'Yang' is, toch in het eerste geval een mannelijk en in het tweede geval een vrouwelijk lichaam hebben?" Het antwoord zou kunnen zijn: "Omdat er in het eerste geval bij een dergelijke 'man' in 'zijn' gecombineerde mentaal-psychische natuur nog een dermate percentage Yang aanwezig is waar allerlei karmische oorzaken aan ten grondslag liggen, dat er op grond daarvan in de huidige incarnatie (nog) geen vrouwelijk lichaam uit evolueert. Niettemin zijn zowel het 'mannelijk' lichaam als 'zijn' psychische natuur vervuld van Yin-polaire kracht en kan 'hij' zichzelf niet anders uitdrukken dan wat hij mentaal-psychisch overwegend is: namelijk Yin! Was 'hij' mentaal-psychisch honderd procent Yin geweest op grond van zijn karma, dan zou 'hij' vrijwel zeker als 'volledige' vrouw zijn geïncarneerd. Hetzelfde geldt voor een 'vrouw' die zich een 'hij' voelt. Dit gehele proces kan echter ook worden omgedraaid: een man, mentaal-psychisch overwegend Yang, of een vrouw, metaal-psychisch overwegend Yin, die, in het eerste geval, op de rand staat om in de eerst volgende incarnatie volledig man te worden, en in het tweede geval volledig vrouw. Mensen die biseksueel zijn zitten in feite tussen deze twee processen in, wat op grond van het bovenstaande verschillende uitkomsten kan bieden in de volgende incarnatie. Waarom deze processen zich als zodanig in de Natuur voltrekken, is een karmische aangelegenheid, die ver teruggaat in de tijd van de evolutie van de mens. De mens is van oorsprong een bipolair wezen, dat zich evolutionair heeft 'gesplitst' in twee helften die tegengesteld zijn aan elkaar: de man en de vrouw. Echter binnen het kader van deze 'tegenstellingen' zijn er vele evolutionaire variaties mogelijk, die - uiteraard - allemaal karmisch van oorsprong zijn. De occulte processen die hieraan ten grondslag liggen zijn van een dermate moeilijkheidsgraad en voor een groot gedeelte zelfs geheim, zodat die kant van het proces op deze plaats niet verder besproken kan worden.
Nu zou ook een vraag kunnen luiden: Hoe zit het met de seksuele gevoelens van homoseksuelen? Die willen daar toch ook uiting aan geven? Hoe kan dit nu theosofisch worden gezien? Het antwoord zou kunnen zijn: Het karma dat een mens heeft gecreëerd in het/een vorig leven of een combinatie van vorige levens zorgt ervoor, dat hij of zij in een bepaalde incarnatie homoseksueel is. Indien er, in het geval van vrouwelijke homoseksuelen, geen man of kunstmatige inseminatie aan te pas komt om hen te bevruchten, bestaat er geen natuurlijke manier om kinderen voort te brengen. Dat wil echter nog niet zeggen dat zij geen seksuele behoeften hebben. Uiteraard hebben zij die. En in het kader van het bovenstaande is het dan logisch dat er 'mannen' zijn die zich tot 'mannen' voelen aangetrokken en 'vrouwen' die zich tot 'vrouwen' voelen aangetrokken. Alleen, zij kunnen zich van nature niet voortplanten. Hun zelf gecreeerde karma heeft hen - althans in dit leven - deze 'blokkade' opgelegd. De vraag is dan niet zozeer of homoseksuelen wel of geen 'seks' mogen hebben met elkaar - een vraag overigens die vanuit een werelds standpunt gezien belachelijk is -, maar eerder - homo of hetero - of een mens uit begeerte seks moet bedrijven met een partner als deze daad er niet op is gericht om nageslacht te verwekken. Generaliserend gesproken zou men dus op spiritueel-ethische gronden met kennis van de innerlijke natuur van de mens kunnen zeggen, dat seksualiteit als aangename begeertebeleving tussen partners - homo of hetero - een algemene 'afdwaling' is van de goddelijke bestemming van de mens en per definitie behoort tot zijn lagere beginselen, die, eveneens per definitie, zoals al eerder werd gezegd, altijd remmend werken op de ontplooiing van zijn spirituele essentie als er aan wordt toegegeven.
Theosofie en het celibaat
In talloze religieuze en filosofische geschriften uit de oudheid wordt de nadruk gelegd op een celibataire levenswijze indien men een religieus doel nastreeft. Hiervoor is een duidelijke reden. Eenvoudig gezegd komt het op het volgende neer: men kan geen 'twee heren' dienen. Met kan niet een werelds leven leiden, zelfs niet op een 'fatsoenlijke' manier, en aan de andere kant een leven geheel 'aan God' wijden. Helena Blavatsky drukt het als volgt uit in De Sleutel tot de Theosofie3: "...het [is]...onmogelijk zijn aandacht te verdelen tussen de beoefening van het occultisme en een echtgenote [of echtgenoot]. Probeert [men] dat wel, dan zal [men] er zeker niet in slagen beide goed te doen; ...het praktische occultisme [is] een veel te ernstige en gevaarlijke studie voor iemand..., tenzij [men] het heel ernstig meent en bereid is alles op te offeren, zichzelf in de eerste plaats, om zijn doel te bereiken. ...Ik doel alleen op hen die vastbesloten zijn dat pad van leerlingschap te betreden dat naar het hoogste doel leidt. De meesten...zijn maar beginnelingen, die zich in dit leven voorbereiden dat pad in toekomstige levens werkelijk te betreden". Helena Blavatsky spreekt hier echter over hen, die het Pad van Occultisme wensen te betreden en niet over mensen, die de zorg hebben voor een gezin, samen (getrouwd of niet) of niet samen wonen met een partner, maar desalniettemin een fatsoenlijk (seksueel) leven lijden en er ernstig naar streven de ethische beginselen van de Oude Wijsheid toe te passen in de praktijk van het dagelijks leven. Zoals al eerder naar voren werd gebracht, is daar niets mee aan de hand. Doch ook binnen een relatie of het gezinsleven kan men er naar streven om zoveel mogelijk naar het ideaal te leven van het meer spirituele leven. Dit is echter altijd een innerlijk groeiproces en kan niet geforceerd worden. Het lichaam 'onder de knoet' houden heeft geen enkele zin als men mentaal niet de juiste instelling heeft. Iets kan niet van buitenaf worden opgelegd. De overtuiging, de devotie aan het goddelijke en het streven om een heilig leven te leiden moet van binnenuit komen. Kijk naar mensen die strak vasthouden aan kerkelijke en religieuze dogma's, pauselijke dictaten en vermaningen van 'fatsoensrakkers' en priesters (die zelf maar al te vaak worden betrapt omdat zij 'de kat in het donker hebben geknepen'), zonder innerlijk te zijn gegroeid tot het maken van een bewuste keuze op basis van zelf verworven kennis, inzicht en levenservaring voor het leiden van een waarlijk spiritueel leven. In de meeste gevallen krijgen zij onherroepelijk te maken met ernstige psychische problemen door schuldgevoelens en tweestrijd, met alle gevolgen van dien. De mystieke en esoterisch-wetenschappelijke achtergrond van het waarom van het celibataire leven is gelegen in het feit, dat het toegeven aan seksualiteit een remmende factor is in het opbouwen van spirituele kracht. Het gaat hier namelijk om dezelfde energie, alleen in het eerste geval gaat deze energie 'verloren', en in het andere geval wordt deze scheppingskracht omgezet in een vitaal/spiritueel reservoir, waaruit men haast oneindig kan putten als deze energie wordt aangewend voor altruïstische hulp aan noodlijdende mensen, zowel in spirituele als in materiële zin. Maar dan dient men wel het denken volledig vereenzelvigd te hebben met de spirituele zijde van de Natuur, en met een onpersoonlijke liefde voor de mensheid als geheel dit uit te dragen op een praktische manier. In het denken mag geen restje van seksuele begeerte meer overblijven. Mevrouw Blavatsky waarschuwt hiervoor in haar artikel Praktisch Occultisme4 met de volgende woorden: "Het is...het denkvermogen - de enige schakel en middelaar tussen de aardse mens en het Hoger Zelf - dat er onder lijdt, en dat voortdurend in gevaar verkeert door de hartstochten, die elk ogenblik weer kunnen ontwaken, te worden meegesleurd, en om te komen in de afgrond van de materie. En hoe kan het zich ooit afstemmen op de goddelijke harmonie van het hoogste Beginsel, wanneer die harmonie wordt teniet gedaan door de aanwezigheid alleen al van zulke dierlijke hartstochten binnen het Heiligdom? Hoe kan harmonie zegevieren en blijven heersen, wanneer de ziel bezoedeld is en zich door de roerige hartstochten en de aardse begeerten van de lichamelijke zinnen...?". En op een andere plaats in het artikel zegt zij: "...welke minnaar of ware echtgenoot zou niet het geluk van elke andere man of vrouw om hem heen in scherven doen vallen, ten einde het verlangen van haar die hij liefheeft te bevredigen? Dit is slechts heel natuurlijk, zal men zeggen. Zeer zeker is dit het geval in het licht van de code van de menselijke genegenheden, maar minder in dat van de goddelijke universele liefde". Deze woorden geven aan, dat het geen zin heeft om enerzijds te streven naar een spiritueel leven, terwijl aan de andere kant wordt toegegeven aan allerlei aardse en seksuele begeerten. Van niemand echter kan het onmogelijke worden gevraagd. Zoals al eerder gezegd, er is niets mis met een fatsoenlijk gezinsleven of een relatie tussen twee mensen die veel van elkaar houden en op grond daarvan met elkaar vrijen. Doch indien beide partners samen de innerlijke drang en behoefte hebben om een meer spiritueel leven te lijden, dan kunnen zij hun seksuele kracht aanwenden voor een hoger doel.
In zijn boek Gandhi5 zegt Eknath Easwaran over Gandhi, die in zijn jonge jaren als verpleger in de heuvels van Natal, Zuid-Afrika, de vele gewonde Zoeloes verzorgde die door de Britse soldaten meedogenloos waren mishandeld, dat hij tot het volgende inzicht kwam: "De zinloosheid van hun lijden [de Zoeloes] liet hem niet met rust. Dag en nacht, terwijl zij hun [de verplegers] brancards door het uitgestrekte, verlaten heuvelland van Natal droegen, was hij diep in gebed en zelfonderzoek verzonken, in een vurig zoeken naar grotere kracht om te dienen. De intensiteit van zijn verlangen voerde hem naar de oerbron van alle krachten. Diep in meditatie verzonken begon Gandhi in te zien hoeveel vitale energie zat opgesloten in zijn seksuele driften. In een golf van inzicht drong het tot hem door dat seks niet louter een fysiek instinct is, maar een uiting van gigantische spirituele kracht achter alle liefde en creativiteit die de hindoe-geschriften koendalini noemen, de levenskracht van de evolutie. Zijn hele leven was hij eraan onderhorig geweest, er willoos door heen en weer geslingerd. ...Ter plekke besloot hij er meester over te worden en zich er nooit meer door te laten beheersen. Dat was een beslissing die zijn diepste spanningen oploste en alle liefde die hij in zich had vrijmaakte en onder zijn bewuste beheersing bracht. Hij was begonnen de laatste van zijn hartstochten te transformeren in spirituele kracht". Gandhi's hele latere leven is een perfect voorbeeld geweest van wat een mens kan bereiken, als hij in staat is om zijn seksuele energie om te zetten in een werkzame, altruïstische kracht bij het dienen van de mensheid in waarheid, geweldloosheid en liefde. Het blijft echter altijd een individuele beslissing. Als twee mensen veel van elkaar houden of hevig verliefd zijn, gaat deze scheppingsenergie ook niet echt verloren tijdens het vrijen, maar 'laadt' men elkaar op. Omdat er liefde aan te pas komt - ook al is dat een liefde tussen twee mensen en derhalve een duo-egocentrische liefde en gerichtheid, maar niettemin liefde - voelt men zich na het vrijen sterk en vitaal en 'kan men de hele wereld aan'. Heel iets anders is het als mensen met elkaar vrijen om de seks. In dat geval is er een puur egoïstische, wellustige gerichtheid en gaat de levensenergie verloren. De algemene maatschappelijke term 'de liefde bedrijven' is dan ook volslagen misplaatst. Beide partners voeden elkaar niet met liefde en energie en stromen niet in elkaar over, omdat beiden met hun eigen bevrediging bezig zijn en elkaar gebruiken en misbruiken als object. Zij (vooral 'hij') vallen dan meestal na de 'daad' letterlijk en figuurlijk in slaap. Alle weerstand is gebroken en alle energie verspild.....
Seksualiteit is niet per se 'slecht', maar seks zonder liefde voor elkaar als lust is van een bedenkelijke aard. Eén ding is echter zeker: iedere vorm van wellustige seks die gepaard gaat met grof geweld en een grove dierlijke en duivelse drang naar een daad zoals verkrachting - in het bijzonder van kinderen - en bestiale seks, is per definitie een zware psychische ziekte. Het is te hopen dat zij die eraan lijden tot inzicht en bezinning komen of ertoe worden gebracht, omdat het één van de zekerste wegen is naar een ware hel.
Ieders ('normale') seksuele leven is anders en iedereen dient zijn of haar eigen weg erin te vinden in relatie tot spiritualiteit. Met dit artikel is een poging gedaan een en ander nader te analyseren en openlijk te bespreken in het licht van de Theosofie.
_______
1. De Mahatma Brieven aan A.P. Sinnett, samengesteld door A. Trevor Barker - Theosophical University Press - Den Haag 1979 (Pag. 65).
2. De Sleutel tot de Theosofie door H.P. Blavatsky - Theosophical University Press - Den Haag 1985 (Pag. 244).
3. Idem (Pag. 244/245).
4. Praktisch Occultisme door H.P. Blavatsky - Uitgeverij der Theosofische Vereniging - Amsterdam 1973 (Pag. 43 en 46).
5. Gandhi door Eknath Easwaran - Uitgeverij AnkhHermes bv - Deventer 1997
Zie tevens:
* Tijdschrift Prana, december 1993/januari 1994 - nr. 80, artikel Seksualiteit en spiritualiteit door drs. Marcel Messing.
* Tijdschrift Sunrise, januari/februari 1988, artikel Theosofie en seksuele problemen door G. de Purucker.
* gedaan om het in het licht ervan nader te analyseren en openlijk te bespreken. Daarbij is zo voorzichtig mogelijk te werk gegaan. Tijdschrift Sunrise, januari/februari 1989, artikel Enkele beschouwingen over "Theosofie en seksuele problemen" door G.F.K.
* Esoterisch Onderricht in de Oosterse School (E.O.O.S.) door G. de Purucker - Stichting I.S.I.S. - Den Haag 1987 (Deel I pag. 409/410).
* De yogileer der ademhaling door Yogi Ramacharaka - Uitgeverij N. Kluwer N.V. - Deventer 1971 (Pag. 92/93).